Een geruisloosheid
van de ruimte
walst over me heen
bijna word ik verdrietig
bijna ben ik gelukkig
het riet danst
op de snelheid van mijn adem.
Ik dobber tijdloos
in een warme poel van niets.
Nergens hoef ik meer te zijn
ik dompel mezelf onder
tijdloos is het moment,
ik ben niet meer dan
stilte gewend.
Lees ook: Kanoën
Geen opmerkingen:
Een reactie posten