Het was dinsdag
doodnormale dinsdag
maar, eentje in niet mijn eigen huis.
Ik werd een andere kamer ingezet
om daar vruchtbare grond
voor een nieuw gedicht te gebruiken
en de planten tegen het dak te laten groeien.
Er werden wentelteefjes voor me gemaakt
en jus d’orange uit een vieze sinaasappelpers
omdat de deksel er niet meer af wilde.
Het werd doodstil
Bach die zich mengde met de vier jaargetijden
ik ademde het hout
van de zaagselbank waar ik aan vast zat,
mijn panty had zich in een spijker gehaakt.
Het licht stond niet aan, vergeten,
maar gedichten groeien toch ook prima in het donker,
juiste voeding en een beetje liefde.
Maar ik, ik bleef slechts steken bij die doodnormaalheid
van de dinsdag
en ik wachtte, tot de poëzie zou komen,
en mijn wentelteefje als vanzelf met stroop zou besmeren.
Lees ook:
In wording