In de wuivende handen
van de fluisterende wangen
en haar lieve armen
zoek ik naar mijn bestaan.
Zachtjes krabt de pen
witte randjes van het papier.
Ik leg mezelf bloot
in de rode huid
van wie ik lijk te zijn.
Ik dicht haar gezicht
met lang geleden kussen,
waar ze mij niet heeft
zullen gaten vallen,
sommige zijn de diepte
en andere de tijd.
Hier is niets mijzelf
of wat op haar lijkt.
Ik kom uit mezelf vandaan:
ze zal me zijn,
ik ben haar bestaan.
Lees ook: Toen werd alles begrepen
Solipsist;
BeantwoordenVerwijderenéén is alles.
Of juist het tegenovergestelde,
alles is één.
Dat wil zeggen:
solipsist.
In dit gedicht zit ergens een pareltje verborgen... Jouw blogje inspireert me, maar het dichten wil de laatste tijd niet meer lukken... Blijf me dus maar inspireren...
BeantwoordenVerwijderenDat is fijn om te horen :)
BeantwoordenVerwijderen