Gedicht voor de politie Smallingerland/Opsterland in het kader van de route Nationale Politie.
Zodat we het niet meer koud hebben
Altijd wanneer ik een agent tegen kom
hoor ik mezelf denken
al die agenten lijken ook echt agenten.
Nooit werd ik me bewust
van hun afwezigheid
ze lopen, ze marcheren
en kleden zich
hetzelfde in burger als ik, door de straten.
Maar ik, wij, men als burger
verschuilen onze angsten niet
luid schreeuwend en met
houtwormige stoelen gooiend, of verschijnen we
als engelen aan jullie, agenten,
en dan is het de bedoeling
dat jullie, echte agenten zijn
en de bedoeling uitvoeren,
ons laten zien
dat je beter op de stoel kunt gaan zitten
of dat je bedenkt, welk onrecht wel
en welk niet
jouw stoel is.
Maar burgers,
ga eens op de stoel van echte agenten zitten,
hoor je jezelf dan denken
ik lijk nu een echte agent?
Nee, want eenvoud is een stille hoop
die meestal strandt
in complexe getallen of juist het reduceren
ervan, naar 1.
1, van 1 korps, van 1 politie, van 1 agent
nee, niet 1 agent,
juist tientallen
die stevig op hun stoelen zitten
en met hun warme ineengeslagen handen
onze angsten
als een kopje melk
in de magnetron zetten
zodat we het niet meer koud hebben.
Lees ook: Klinkedin
Jammer dat de wijkagent
BeantwoordenVerwijderenstraks niet meer is
Er in nood een nummer
met een ander KENgetal
gekozen moet worden
Komt er uiteindelijk
een wagentje met agenten
over de brug
Spreken ze de taal niet
of je dialect
Kennen ze de gebruiken niet:
dat OOM AGENT
dichtbij mag komen staan
Een kop koffie krijgt
na gedane zaken...
precies
BeantwoordenVerwijderenHeb je het al ondervonden..?
BeantwoordenVerwijderenOf zijn wij Zieners die het aan zien komen?
Zieners lijkt me
BeantwoordenVerwijderen[...] Lees ook: Zodat we het niet meer koud hebben [...]
BeantwoordenVerwijderen